Skip to content

14 juni 2002

Wet betreffende de palliatieve zorg

Palliatieve zorg

Franse woord palliatif = “verzachtend”

 
 

Palliatieve zorg is de zorg en hulp voor mensen die niet meer kunnen genezen. Zij hebben lichamelijke zorg nodig, maar ook ondersteuning op sociaal gebied, psychische hulp en geestelijke verzorging.

Informatie

 

Op 14 juni 2002 werd de “Wet betreffende de palliatieve zorg” gestemd. Onder palliatieve zorg wordt verstaan: het geheel van zorgverlening aan patiënten waarvan de levensbedreigende ziekte niet langer op curatieve therapieën reageert. Voor de begeleiding van deze patiënten bij hun levenseinde is een multidisciplinaire totaalzorg van essentieel belang, zowel op fysiek, psychisch, sociaal als moreel vlak.

Het belangrijkste doel is de zieke en zijn naasten een zo groot mogelijke levenskwaliteit en maximale autonomie te bieden. Het doel blijft kwaliteit te geven aan het resterende leven.

Onder ‘sedatie’ verstaat men de actieve tussenkomst van de arts om het bewustzijn van de patiënt uit te schakelen, en dit om de geleden pijn niet langer te voelen.

Palliatieve sedatie, soms ook wel terminale sedatie genoemd, betekent dan dat de patiënt in een toestand van volledige bewusteloosheid gebracht wordt om daar ook niet meer uit te komen: hij blijft buiten bewustzijn tot aan zijn overlijden.

Het doel van deze palliatieve sedatie bestaat erin, net als euthanasie, om het ondraaglijke lijden definitief te beëindigen. Meestal werkt deze sedatie ook levensverkortend.

Hoewel over palliatieve sedatie geen nauwkeurige statistieken bijgehouden worden, gaat onderzoek vanuit de FOD Volksgezondheid er van uit dat tussen de 13 à 17% van alle sterfgevallen met palliatieve sedatie gelinkt zijn. Daarmee is dit meteen de grootste groep overlijdens. ( cfr euthanasie : ongeveer 5% van alle overlijdens).

Op zich staat RWS niet negatief tegenover de toepassing van palliatieve sedatie, mits er aan bepaalde voorwaarden voldaan is: idealiter wordt ze door de arts verleend na overleg en met instemming van de betrokken patiënt. Dan kan deze laatste ook nog desgewenst met zijn naasten overleggen en zo mogelijk afscheid nemen ( want hoewel hij nog enige tijd na de sedatie biologisch zal leven, is contact en communicatie vanaf de sedatie niet meer mogelijk.) En als de patiënt reeds dermate ver verzwakt is of ijlt zodat hij zelf niet meer in staat is een besluit te treffen, dan hoort men op basis van de wet op de patiëntenrechten de aangeduide vertegenwoordiger van de patiënt te betrekken bij de beslissing. Nog al te vaak wordt tot palliatieve sedatie overgegaan zonder dat dergelijke instemming bekomen werd, wat uiteraard verwerpelijk is.

Waar RWS moeite mee heeft, is dat palliatieve sedatie door sommige artsen als een preferente oplossing en alternatief voor een euthanasie-verzoek wordt naar voor geschoven. Daar heeft het feit dat de arts met het toedienen van die sedatie de verplichte melding en verantwoording in geval van euthanasie vermijdt, alles mee te maken. Vandaar dat RWS en andere organisaties zoals Leif al lang bepleiten dat voor toepassing van palliatieve sedatie evenzeer een vorm van melding en controle wordt ingericht.

Wat cruciaal is:

  • zowel bij euthanasie als voor palliatieve sedatie moet de voorkeur van de patiënt doorslaggevend zijn. Euthanasie kan niet anders dan op verzoek van de patiënt. Maar bij palliatieve sedatie is dat nog maar zelden het geval, dat moet veranderen.
  • Afscheid nemen van naaste familie en vrienden wordt in geval van palliatieve sedatie zelden of nooit georganiseerd, bij euthanasie is dat nochtans ontegensprekelijk een belangrijke waarde waar patiënt en zijn omgeving erf aan hecht.
Van de Wervestraat 2A b01
2060 Antwerpen
03/272.51.63
info@rws.be

© Recht op Waardig Sterven – 2026